Het maken van een beplantingsplan deel 1

Eerst een ontwerp. Een goed beplantingsplan begint eigenlijk eerst met het laten maken van een ontwerp.

Of je maakt zelf een tuinontwerp. Wanneer je een tuinontwerp hebt; weet je waar welk soort planten of plantgroepen komen en op welke plek een boom ingetekend staat, of bij een grotere tuin, meerdere bomen.

hagen in de tuin

Waar komen de hagen ?
En waar in de tuin willen we wintergroen ?

Op het ontwerp staat ook aangegeven waar de bloeiende heesters komen. Uiteraard ook de vaste planten ,varens en bloembollen en eventueel nog de vijverplanten en eenjarigen.

Vervolgens heb je een beplantingsplan nodig zodat je de juiste planten op de juiste plek kunt invullen. We beginnen bij de bovenlaag, bij de bomen. Ik vind dat hoe klein een tuin ook is, je minstens één boom nodig hebt. Je hebt een bovenlaag nodig in een tuin, anders wordt de tuin erg saai. Dus, zelfs in een tuin van ongeveer 5 bij 8 meter, moet toch minstens één boom staan.

voorbeelden van beplantingsplannen

En dat kan ook heel makkelijk als je de juiste boom kiest, want anders wordt hij al gauw veel te groot, of staat hij in de weg en moet je gaan snoeien of je hebt de neiging om hem te gaan omzagen. Als je bijvoorbeeld een krentenboompje neemt –dat is eigenlijk een struik die ook als boompje wordt gekweekt, dan is het een struik op stam – dan heb je in het voorjaar witte bloemetjes en in de zomer rode bessen, later zwarte bessen , en in de herfst waanzinnige herfstkleuren. Dan heb je een boompje dat niet te hard groeit. Als je een beetje gaat zoeken dan vind je wel meer van dat soort boompjes, eigenlijk struiken die als boom opgroeien. Een andere mogelijkheid is om een struik die geënt is op een boom in je tuin te zetten.
 Hele bekende voorbeelden daarvan zijn Bolacacia en Bolcatalpa. Verder zijn er voldoende bomen die net wat groter worden, maar niet zullen uitgroeien tot parkbomen. voorbeelden hiervan zijn Sierkersen en Sierappels.

Het volgende wat je in een beplantingsplan verwerkt is het wintergroene gedeelte. Als je daar niet op let, en je hebt geen wintergroene planten in je tuin, dan ziet het er ’s winters uit als een afgebrand dorp en dat is doodzonde en absoluut niet nodig. Vooral voor voortuinen geldt dat vaak. Mensen zijn gek op vaste planten en ’s zomers ziet dat er ook heel leuk en weelderig uit met bloemetjes en met wat eenjarig spul erbij. Maar kom je ’s winters bij die mensen, dan is het een hele kale voortuin met wat dode troep erin. De tuin heeft dan geen uitstraling.

Zeker je voortuin – het is je visitekaartje- moet er altijd goed uitzien, dus óók in de winter. Een van de dingen waarmee je dat kunt bereiken is voldoende wintergroen materiaal in de voortuin te zetten. En of dat nou is in de vorm van geknipte taxusblokken, buxushaagjes, buxusbollen of coniferen en eventueel Bamboe dat ligt eraan welke stijl je zou willen hebben, en dat is voor iedereen persoonlijk.

Als je er maar voor zorgt dat er in ieder geval ergens wintergroen voorkomt, en het liefst in evenwicht.
Als het ’s winters klopt in je tuin, dan is het ’s zomers kinderspel om de tuin leuk te maken, want de basis is in orde. Of je daar nou vaste planten neerzet of struiken die bloeien, dat maakt niet zoveel meer uit, maar het hangt wel af van welke stijl je wilt hebben. Als het goed is heb je dat van te voren al bepaald door in allerlei bladen te kijken of naar de Tuinen van Appeltern te gaan om te zien welke soorten tuinen je leuk vindt. In Appeltern zijn wel 200 verschillende tuinen, dus er is er altijd wel één bij die naar je zin is.

voorbeeld beplantingsplan.
Nog een beplantingsplan.

Wil je zelf een beplantingsplan maken? Tijdens een workshop op ’t Struweel kan dat. Zie workshop beplantingsplan maken.

, , , , , , , , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Fill out this field
Fill out this field
Geef een geldig e-mailadres op.

Menu